Nederlandse Taal
Nederlands wordt gesproklen door 16 mijoen mensen in Nederland en ongeveerl 9 miljoen in België, Suriname, de Nederlandse Antillen, Zuid Afrika en Indonesië. Het is een germaanse taal en is familie van het fries, duits en engels. Sommige nederlandse woorden worden nu in het engels gebruikt (yacht, cookie).Geschiedenis van de Taal
Het standaard nederlands is de term die wordt gebruikt om de gemeenschappelijke taal die wordt gesproken in België en Nederland aan te duiden. De moderne betekenis van de term verwijst naar de nederlanders of hun taal en verscheen pas aan het begin van de 17e eeuw, toen Nederland zijn culturele contacten versterkte en een afhankelijk land werd. In de volgende eeuwen werd ´dutch´ een algemene term die werd gebruikt voor het germaans sprekende gebied. Het proces van de standaardisatie van de taal begon in de 16e eeuw en het startpunt was het stadsdialect van Antwerpen. Wat volgde was de eerste bijbelvertaling naar het nederlands, wat zorgde voor een voor een algemene taal om er voor te zorgen dat de heilige tekst voor iedereen te begrijpen was. De eerste vorm van het nederlands is gebaseerd op de stadse dialecten van nederland, met enige invloed van de verscheidene lage saksische variaties.Dialecten
Er zijn veel variaties van het standaard nederlands, waarvan de belangrijkste het vlaams is. Vlaams is de collectieve naam die wordt gebruikt voor de nederlandse dialecten die worden gesproken in België. Vlaams zou gezien kunnen worden als zachtere/lichtere vorm van het nederlands, omdat het ouderwetse woorden gebruikt en ook wordt de g niet zo hard uitgesproken. In Vlaanderen zijn er nog 2 andere dialecten (west-vlaams, oost-vlaams, antwerps en limburgs), wat franse woorden heeft overgenomen. Bijvoobeeld het woord "vork" komt van het vroegere franse work "fourchette". De rest van de dialecten verschillen van uitspraak, b.v. in het west-vlaams is de "zache g" bijna gelijkt aan de "h". Sommige dialecten zoals het limburgs en verscheidenen saksische dialecten zijn soms ontwikkeld tot spreektaal, en dan wordt er ook nog gediscucieerd of het aparte talen zijn. Sommige dialecten zijn voor sommige andere sprekers van het standaard nederlands niet te verstaan.Grammatica
Omdat het west germaanse taal is, heeft het nederlands een redelijk gecompliceerde woordvolgorde en staat het ook bekend om de mogelijk van het woorden aan elkaar plakken zodat het een groot naamwoord wordt...kijk er maar eens naar:de randjongerenhangplekkenbeleidsambtenarensalarisbesprekingsafspraken
Of geef je de voorkeur aan:
hottentottententententoonstellingsmakersopleidingsprogramma
Het verbazingwekkende hieraan is dat zulke lange contructies grammaticaal kloppen, maar meestal zijn het maar 2 of 3 woorden aan elkaar.
Tijdens de laatste 100 jaar, is de nederlandse grammatica een stuk makkelijker geworden: naamwoorden en bijvoeglijk naamwoorden worden nu niet meer beinvloed door naamvallen, naamvallen worden nu alleen gebruikt voor voornaamwoorden. Een eigenaardig kenmerk van het nederlands is dat naamwoorden en bijvoeglijknaamwoorden van het gelijke geslacht of eenzijdig. Dit kan lastig zijn voor iemand die de taal wil leren met engels of een romaanse taal (b.v. spans of frans) als moedertaal, omdat deze taal vrouwelijk en mannelijk gebruiken.
Slang
Als je nederlands wilt spreken met een bepaalde houding en jonge vrienden wilt maken, is hier een korte introductie voor de slang.De volgend uitdrukkingen worden vaak gebruikt onder jongeren:
- brugpieper
- knor: voorbeeld 'John is een suffe knor!'
En als je niet zo goed met iemand op kan schieten kan je het volgende zeggen:
- dombo
- Johny/Anita
- zeiker
Maar kijk uit! Sommigen kunnen beledigend overkomen.